Trefwoordlijst

Indien er woorden in het artikel zijn die u niet begrijpt kunt u deze lijst raadplegen. Dit is een alfabetisch overzicht van de belangrijkste termen en begrippen uit onze artikels. De woorden hebben allemaal te maken met het thema 'autisme'.
De woorden die hierin vermeld staan kunnen u helpen om de artikels vlotter te lezen.

Table of Contents

A

ACTH =
ACTH is hormoon dat de bijnier stimuleert tot het produceren van Cortisol.

ADI =
Autism Diagnostic Interview.

ADI-R =
Autism Diagnostic Interview; De ADI-R is een gestructureerd diagnostisch interview dat wordt afgenomen om autisme te classificeren bij een kind of volwassene.

ADIS =
Anxiety disorders interview schedule.

ADOS =
Autism Diagnostic Observation Schedule.

AQ =
Autism Questionnaire.

Archaïsce=
Verouderde begrippen en handelingen voor de begeleiding van mensen met een beperking.

ASQ =
Autism Screening Questionnaire.

ASS =
Autisme Spectrum Stoornis
Autismespectrumstoornissen = een verzamelnaam voor ernstige ontwikkelingsstoornissen van de sociale wederkerigheid en de verbale en non-verbale communicatie, die gepaard gaan met een star en beperkt repertoire van gedrag en interesses.

Ad hoc =
Specifiek voor deze taak of situatie.

Adequaat =
Passend bij, geschikt voor het beoogde doel.

Affectief =
Genegenheid, liefde.

Affectieve stoornis =
Stoornissen waarbij de (langdurige) emotionele toestand van iemand versterkt of juist onderdrukt is. Hierbij kan men zeer somber (depressief) of juist zeer vrolijk (manisch) zijn.

Agorafobie =
Een ziekelijke angst hebben voor grote open ruimtes.

Ambivalent =
Met twee verschillende waarden of mogelijkheden.

Amygdala =
Aamandelvormig hersengedeelte dat als deel van het limbisch systeem een rol speelt bij motivering en emotioneel gedrag.

Anamnese =
De voorgeschiedenis van een ziekte.

Assessment =
Test om de persoon te beoordelen of ze geschikt zijn voor een functie.

Ataxie =
Stoornis in de samenwerking tussen de spieren, waardoor het verrichten van ordelijke bewegingen moeilijk wordt.

Autisme =
Ontwikkelingsstoornis waarbij contact met de buitenwereld en communicatie niet of moeizaam plaatsvinden.

Autisme spectrum stoornissen =
Dat is een verzamelnaam voor ernstige ontwikkelingsstoornissen van de sociale wederkerigheid en de verbale en non-verbale communicatie, die gepaard gaan met een star en beperkt repertoire van gedrag en interesses.

Autistiform gedrag =
Op autisme-lijkend gedrag. Kinderen met autistiform gedrag hebben problemen in de omgang met anderen. Dat is vooral het gevolg van een geringer vermogen om zich in de gedachtenwereld en het gevoelsleven van de ander te verplaatsen.


B

Basale ganglia =
Het zijn een groep hersenen rondom de thalamus.

Beslissingsboom of beslisboom =
Een wetenschappelijk model voor de weergave van de alternatieven en keuzen in een besluitvormingsproces.


C

CGT =
Een cognitieve gedrags-therapeut of therapie.

CRH =
Corticotrope Releasing Hormone. CRH stimuleert de afgifte van ACTH in de hypofyse.

Caudate nucleus =
Een langwerpig, gebogen massa grijze stof in de hersenen bestaande uit drie delen.

Cerebellum =
De kleine hersenen.

Cerebrum =
De (grote) hersenen.

Cingulaire gyrus =
De cingulate gyrus is een boog-vormige structuur in het midden van de hersenen.

Cognitieve gedragstherapie =
Het is een psychologische behandelmethode die er vanuit gaat dat hoe we denken, voelen en handelen grotendeels gebaseerd is op onze leergeschiedenis. Cognitieve therapie gaat vooral uit van de invloed van het denken op het gevoelsleven en het doen.

Coherentie =
Samenhang.

Comorbiditeit =
(Medisch) het verschijnsel dat iemand aan meerdere chronische ziektes tegelijk lijdt.

Comorbide symptomen =
Dit zijn gelijktijdige optredende symptomen die in wezen het gevolg zijn van de primaire problematiek.

Consensus =
Gelijkvoelendheid, van gelijke mening, gelijke visie, of gelijkgestemdheid.

Consistent =
Samenhangend, hecht.

Corpus callosum =
Gewelfde massa witte hersensubstantie in de bodem van de fissura longitudinalis cerebri, welke de beide hemispheren verbindt.


D

DIANE-project =
Diagnostiek en vroege interventie voor autisme in Nederland.

DSM-IV-TR =
Diagnostic Statistical Manual of Mental Disorders, het internationale classificatiesysteem van de Geestelijke Gezondheidszorg. IV betekent dat het de vierde versie is van de DSM. TR betekent dat het een revisie is van deze versie.

Degeneratie =
Aantasting van de normale functie van weefsels en cellen.

Delinquent =
Misdrijf, strafbaar.

Deterministisch karakter van emoties =
Emoties die bepaald worden door eerdere gebeurtenissen volgens een vaststaande oorzaak.

Diagnosticeren =
De diagnose opmaken, een diagnose stellen, de oorzaak van een probleem achterhalen.


E

Empathie =
Het zich verplaatsen in de gevoelens van anderen.

EuroQol-5D =
Een meetinstrument voor de kwaliteit van het leven.

Executief =
Uitvoerend.

Exposure =
Een vorm van gedragstherapie, waarbij patiënten zich zo lang mogelijk, in hun verbeelding of in werkelijkheid blootstellen aan de gevreesde situatie tot de angst verdwijnt.


F

fMRI =
(Medisch) functional magnetic resonance imaging scantechniek voor het maken van hersenscans.

False belief =
Een misopvatting ten gevolge van een verkeerde redenering.

Frontale cortex =
De schors van de frontale kwab van de cerebrale hemisfeer. Ook wel frontaal oppervlak, prefrontale gebied.


G

GABA =
GABA is een afkorting voor Gamma-Aminoboterzuur. Het functioneert als een remmende neurotransmitter in de hersenen, welke direct van invloed is op de persoonlijkheid en het vermogen om stress te beheren.

Gegeneraliseerd (generaliseren) =
Als algemene regel laten gelden op grond van één bijzonder geval.


H

HF ASS =
Hoog functionerende (normale intelligentie) kinderen met een autisme spectrum stoornis.

HHB-as =
Afkorting van hypothalamus, hypofyse-bijnierschors, de 'as' waarlangs de secretie van het natuurlijke corticosteroïd-hydrocortison wordt gereguleerd.

Hechting =
ontwikkeling van een affectieve band tussen een kind en verzorger, die langdurig is en overal aanwezig.

Hipocampus =
Hoornvormig uitsteeksel in het zijventrikel van de hersenen.

Hypersensitieve zintuigen=
Overgevoelige zintuigen.

Hypertonie =
Verhoogde druk of spanning.

Hypofyse =
Klier aan de onderzijde van de hersenen, die o.a. groeihormoon produceert en de schildklier aanstuurt.

Hypoplasia =
Onvolledige ontwikkeling of onderontwikkeling van een orgaan.


I

Imaging-technieken =
Imaging- of beeldvormende technieken zijn bijvoorbeeld CT- scans, SPECT, PET, MRI, Optical Imaging, Bioluminescentie en Ultrasound. Dit zijn allemaal manieren om structuren processen in het lichaam in beeld te brengen.

Impliceren =
Betekenen, inhouden.

Incidentie =
Frequentie waarmee iets zich voordoet, m.n. frequentie waarmee een bep. ziektegeval optreedt.

Indicatie=
Aanwijzing.

Infantiel =
Kinderlijk.

In vivo-interactie =
Interactie met anderen in levende lijve.


J


K

KDC =
kinder-dagcentrum.

Klinisch =
Het ziekbed betreffend.


L

LVB =
Licht verstandelijke beperking.

Limbisch systeem =
Gedeelte van de hersenen, bestaande uit een aantal afzonderlijke structuren die nauw met elkaar samenhangen en cirkelvormig rond de aanhechting van de hemisferen aan de tussenhersenen liggen, dat beschouwd wordt als de zetel van de emoties en van het geheugen van het kort tevoren gebeurde.


M

MCDD =
Multiple complex developmental disorder. Een chronische stoornis die zich in alle ontwikkelingsdomeinen manifesteert beken zijn de problemen met vriendschappen en relaties, moeite met veranderingen, een grote behoeft aan structuur en voorspelbaarheid en onhandigheid in de communicatie.
Child behavior checklist; een meetinstrument voor gedragsproblemen.

MDI =
Multiple developmental impairment.

MKD =
Kinder-dagverblijf.

MMPI =
Minnesota Multiphais Personality Inventory.

Meta-analyse =
Een onderzoek waarin onderzoeken van een bepaald fenomeen worden samengevoegd om één secuurdere uitkomst te verkrijgen.

Metabolisme =
Stofwisseling.

Mindblindness =
Het niet zien van emoties of het gebrek van kennis hierover.

Mindreading =
Het interpreteren van non-verbale communicatie.

Monoamineoxidaseremmers (MAO-remmers) =
Onder MAO-remmers verstaat men een groep medicijnen waarvan de antidepressieve werking al tientallen jaren geleden bekend was.

Mutatie =
Verandering in erfelijk materiaal.


N

Neuroanatomie =
Leer van de anatomie van het zenuwstelsel.

Neurologisch =
Te maken met de zenuwen.

Neuromotorisch =
Met betrekking tot stimulatie van bewegingszenuwen.

Neuron =
Zenuwcel met haar nutriet en dendrieten.

Neurotransmitters =
(Medisch) stof die in de synaps de elektrische prikkels tussen zenuwcellen onderling en zenuwcellen en spieren overdraagt.

Nihil =
Niets.

(Nor) adrenergesysteem =
Aanmaak van stoffen in de bijnier door het aansturen van bepaalde zenuwen.

Nuclei =
Verzameling cellichamen in het centrale deel van het zenuwstelsel.

Nucleus Accumbens (NAcc) =
De nucleus accumbens is een klein deel van de hersenen dat belangrijk is voor de motivatie, plezier en verslaving.

Nucleus caudatus =
"Een staart-vormige basale ganglia gelegen in een laterale ventrikel van de hersenen.


O


P

PDD-NOS Pervasive =
Pervasive Developmental Disorder - Not Otherwise Specified.
'Pervasieve ontwikkelingsstoornis - niet anders omschreven’
Stoornissen die problemen veroorzaken op het gebied van sociale contacten en communicatie.

PET =
Polyethyleentereftalaat.

PGB =
Persoonsgebonden budget.

Performale intelligentie =
Visuele instelling, blokpatronen, figuurherkenning,….

Pervasieve ontwikkelingsstoornis =
Autisme of daaraan verwante stoornis die gekenmerkt wordt door ernstige gebreken in de ontwikkeling van sociale of communicatieve vaardigheden. Dit dringt diep door in het totale functioneren van de persoon.

Poliklinische behandeling =
Behandeling in een gespecialiseerde ziekenhuisafdeling waar de patiënt op doorverwijzing komt voor onderzoek, diagnose, behandeling of controle. De patiënt wordt niet opgenomen in het ziekenhuis.

Pons =
Deel tussen de middenhersenen en het verlengde merg.

Post mortem onderzoek =
Onderzoek dat plaatsvindt na het intreden van de dood.

Prevalentie =
Totaal aantal mensen met een ziekte, handicap of aandoening dat op een gegeven tijdstip in de bevolking aanwezig is.

Pro-scociaal =
Geneigd tot het helpen van medemensen.

Psychometrische instrumenten =
Een verzameling vragen die erop gericht zijn een of meer specifieke psychologische eigenschappen van personen in kaart te brengen.

Psychopathologie =
Een wetenschap die de ziekten van de geest bestudeert.

Purkinjecellen =
Purkinjecellen zijn een type neuron in de cerebellaire cortex, aan de basis van de hersenen Zij behoren tot de grootste neuronen en zijn verantwoordelijk voor de meeste van de elektrochemische signalering in het cerebellum.

Putamen cortex =
Deel van de hersenen behorend de tot de basale kernen, met als voornaamste functie het verwerken van inkomende informatie over het gevoel vanuit het hele lichaam.


Q


R

REC =
Regionaal expertisecentrum.

Recidiveren =
(Van een schijnbaar genezen ziekte) zich opnieuw vertonen.


S

SCARED-71 =
Screen for anxiety related emotional disorders-71; meetinstrument voor angsten.

SIT =
Sociale- interpretatietest.

SPECT =
Single Photon Emission Computerized Tomography. Combinatie van nucleair geneeskundig onderzoek en computertomografie. Hierbij worden radioactieve isotopen ingeademd of geïnjecteerd, die na opname door het bloed worden afgegeven aan een doelorgaan, zoals de hersenen. Door een gammacamera een beweging rond de patiënt te laten maken, kan men het beeld daarna met behulp van een computer reconstrueren. Hiermee kan men bijvoorbeeld informatie krijgen over de doorbloeding en stofwisselingsfunctie van de hersenen.

Schizofrenie =
Chronische geestesziekte met perioden van verwardheid en psychosen.

Sensitiviteit (sensitief) =
Zeer ontvankelijk voor indrukken, overgevoelig.

Septum =
Een verdeling die twee uitholten of delen van mekaar scheidt.

Serotonineheropnameremmer (SSRI) =
Antidepressivum dat heropname blokkeert van de neurotransmitter serotonine in de zenuwcellen waaruit het is voortgekomen, waardoor de concentratie serotonine in de synaps hoog blijft en er een antidepressief effect optreedt.

Significant =
Statistisch niet aan toeval toe te schrijven en dus betekenisvol.

SIV-model =
Model van sociale informatieverwerking.

Sociale regulatie =
Het in goede banen leiden of het regelen naar de normale toestand door de sociale omgeving.
Dit is ook wel 'Display rules' genoemd.

Stereotiep =
Vast, onveranderlijk.


T

Theory of mind – problematiek =
ToM - problematiek
Kinderen met een Hoog Functionerend Autisme spectrum stoornis (HF ASS) gaan spontaan minder snel het pro-sociale motief bedenken dat een emotionele expressie een ander kan kwetsen.
Het vermogen om gedachte, intenties, gevoelens & ideeën aan anderen of jezelf toe schrijven.

Taxonomie =
Systematiek.

Tricyclische antidepressiva (TCA) =
TCA remmen de heropname van zowel serotonine als noradrenaline, zodat deze stoffen langer in het lichaam blijven.


U


V

VISK =
Vragenlijst voor Inventarisatie van Sociaal gedrag voor kinderen.

Validiteit =
Geldigheid.

Ventral tegemental area (VTA) =
De ventrale tegmentale gebied (VTA) bestaat uit meerdere kernen en ligt in het mesencephalon, dorsomediaal de substantia nigra en ventraal van de rode kern. De VTA bestaat uit dopamine, glutamaat en GABA neuronen en is een essentieel onderdeel van zowel de mesolimbische route en de mesocorticale route.


W

Wasdom =
Groei, ontwikkeling.


X


Y


Z